|

|
GESCHIEDENIS VAN
SARDINIE
De geschiedenis van Sardinie gaat ver terug in de tijd. Het is het enige
eiland in de Middellandse Zee waar reeds enkele 100.000den jaren geleden
mensen leefden. Deze eerste bewoners leefden vooral van de jacht op herten en
de "prolagus sardus", een haasachtige die alleen op Sardinie
en Corsica voorkwam. Zo een 8000 jaar geleden kwamen de eerste boeren op het
eiland die een eigen cultuur ontwikkelden, hetgeen leidde naar het Nuragische
tijdperk, een bloeiperiode voor Sardinie die een kleine 4000 jaar geleden
begon. Sardinie moet toen een van de machtigste staten van het
Middellandse-Zeegebied geweest zijn . Door hun handel werden de Sarden zelfs
naar Egypte gevoerd. Nadien kwam er , ongeveer 2500 jaar geleden, een periode
van verval. Dit verval betreft enkel de "macht", maar de
kracht en het karakter van de Sardijnen bleef behouden. Intussen wisselden
Punische, Romeinse en Spaanse overheersers elkaar af.
Al heel vroeg werd Sardinie democratisch bestuurd, niet zoals bij de Grieken
die het woord democratie uitvonden maar een werkelijke vorm van democratie
toepasten. Dat heeft ook zijn stempel gedrukt op de leefwijze van de
Sardijnen tot op de dag van vandaag.
Wat is er toch zo bijzonder aan Sardinie dat dit geheimzinnige eiland zo
sterk op onze verbeelding kan werken? De stenen in de bergen vertellen dat
Sardinie een deel is van een zeer oude wereld. Onze wereld bestaat ongeveer
4600 miljoen jaar en sedert het onstaan van de aardkost zijn de continenten
voortduren in beweging geweest. De bergen van Sardinie zijn heel lang geleden
onstaan door botsingen van delen van die aardkost, veel eerder dan de Alpen.
Het oude Sardinie echter ligt al heel lang stevig op een rustige plaat tussen
andere bewegende schollen en breuken in de aardkost.
De mens is, naar het schijnt onstaan in Oost-Afrika om zich van daaruit zo'n
2 miljoen jaar geleden te verspreiden en aan te passen in Azie en Europa. De
laatste ijstijd die ongeveer 15.000 jaar geleden aan zijn einde begon , had
aan de Homo Sapiens een zware beproeving opgelegd maar de mens slaagde erin
te overleven en er sterker uit te voorschijn te komen.
Dat begon eerst in het Nabije Oosten. De zeespiegel kwam hoger te liggen
waardoor Sardinie en Corsica eilanden werden. De mensen die daarvoor nog uit
het noorden waren gekomen, woonden in grotten, zoals in de "Grotta
Corbeddu", en maakten werktuigen van been en vuursteen. Ze stierven
uit na de komst van overzeese volkeren.
De nieuwkomers begonnen ook in de grotten te wonen aan de kust. Dit
Atlantische volk kwam vermoedelijk uit Noord-Afrika, Spanje en Noord-Italie.
Op Sardinie gebruikte men al heel vroeg (5000 jaar voor Christus) het
op het eiland te vinden vulkaanglas (obsidiaan). Het werd vooral gebruikt
voor het maken van vlijmscherpe messen en voor de uitvoer naar Corsica, Frankrijk
en Italie.
De vroegste vondsten van door die mensen gemaakte bouwwerken (vanaf 4000
jaar voor Christus) zijn begraafplaatsen in de vorm van kamertjes,
uitgehakt in de vrij zachte kalksteen die naast het harde graniet veel
voorkomt. Die begraafplaatsen werden door de herders "Domus de Janas" genoemd.
De makers ervan aanbaden de zon, de maan en de stier als symbool van de
vruchtbaarheid. Op de wanden van de "Domus de Janas" zijn
soms stierenhoorns te zien, en als symbool van onsterfelijkheid werden vaak
in de buurt ervan langwerpige "Pietre Fitte" geplaatst, ook
wel "menhirs" genoemd.
Een "rond heiligdom" op een
hoogte bij Goti is omringd door menhirs en heeft zelfs een lange rij menhirs
ernaast, zoals dat ook in de rest van Europa voorkomt.
Deze sporen laten zien dat er toen al een behoorlijke grote bevolking op het
eiland was.
Een voorbeeld hiervan zijn de "nuraghe",
voor de Sarden is de nuraghe veel meer dan een monument , het is hun symbool
van hun verleden geworden, een bewijs van hun adeldom, hun "gouden
tijd" .Een symbool van nationale zelfstandigheid van een volk dat
misschien nog niet in een staat verenigd werd. Een natie die 1000 jaar het
middelpunt was van het westelijke bekken van de Middellandse Zee en die het
verkeer ter wereld onderhield naar de kusten van Corsica ,Etrurie
,Pantellaria ,Malta ,Noord-Africa ,Zuid-Spanje ,Madeira. Hun vaart op Egypte
betekent dat ze ook al op de Rode Zee kwamen want al in 1970 voor Christus
had een farao een kanaal laten graven tussen de Nijldelta en de Rode zee, zij
hadden dus belang bij vriendschap met Egypte dat zij soms ook in oorlog
hielpen beschermen tegen aanvallers. In Egypte is een monument van een grote
slag bij de Nijlmonding in 1186 waarbij gehoornde Sarden Egypte hielpen.
Vanaf 2000 voor Christus bestond er een ketting van zeeverkeer door de
Atlantische kusten naar de Middellandse Zee.
Een ander symbool voor de Sarden is hun "vlag
met de 4 moren" , die hun eeuwenlange strijd om vrijheid
symboliseert, een rood kruis verdeelt een wit vlak in vier delen , in elk
daarvan een geblindeerde moor, symbool voor de vier judicaten die 300 jaar de
moren weerstonden, de band op het voorhoofd is een oud symbool voor een
aanvoerder van een verslagen vijand, later heeft men per vergissing de banden
voor de ogen getekend omdat zij krijgsgevangen moren moesten voorstellen.
Een Sardo zijn betekent dat je dat "voelt" een Sardo te zijn zodat
je ook het moederland niet vergeet en hun bijdrage voor een een nog meer
autonome toekomst kan gebruiken. Men werkt nu meer aan eigen wetten , allen
in overeenstemming met de Italiaanse grondwet. De Sarden staan bekend om hun
eerlijkheid, volharding en democratische geest, hun bijdrage aan Europa is
groot geweest , geleerden als Maxia Lilliu en Atzeri zijn nog maar net
begonnen met het blootleggen van een verbazend verleden.
Mensen,
Taal en Muziek
In het binnenland liggen nederzettingen van duizenden jaren oud en
Sardinië is bezaaid met sporen van oude herdersvolken nog een bewijs dat de
mensen altijd de voorkeur gaven aan een leven in de betrekkelijke veiligheid
van de bergen boven de kust.
De voortgang van de seizoenen wordt nog altijd gemarkeerd door de stadia in
de landbouw en door de viering van rijke oogsten.
Oude tradities- nu diepgeworteld in het katholicisme, maar met sporen van
veel oudere religies, worden geuit in talloze festivals, die die soms
gebaseerd op de hechte relatie tussen de mens en de natuur. In het binnenland
kunt U nog een aantal zeer verschillende dialecten horen en de Sardijnse taal
heeft een duidelijk Latijnse basis, zo wordt het woord domus gebruikt om een
huis aan te duiden, in plaats bvan het Italiaans casa.
Door de jaren van Spaanse overheersing wordt in sommige steden aan de
westkust nog altijd Catalaans gesproken en op het eiland Sant'Antioco in het
zuidwesten weerspiegelen de tradities en de keuken een Liturgische erfenis.
Muziek is een belangrijk onderdeel van het Sardijnse leven, en feestdagen,
huwelijken en alledaagse evenementen worden, vooral in het binnenland altijd
gevierd met muziek. Musicologen en musici zoals Peter Gabriël, die de muziek
van de Tenores de Bitti-groep opnam voor zijn serie wereldmuziek noemen de
traditionele Sardijnse muziek uniek in Europa. Deze muziek begint nu weer op
te leven.
Er is een vocale en instrumentale verscheidenheid, gebaseerd op het geluid
van de "Launeddas", een blaasinstrument van riet, en polyfone
muziek voor vier stemmen. De bekenste exponenten is de Canto a Tenores,
die regelmatig optreden voor een steeds groter publiek.
Schets van Sardinië
Het unieke karakter van dit eiland is te danken aan zijn geisoleerde
ligging midden in de Middellandse Zee. Millenia lang gingen de grote
historische gebeurtenissen in dit gebied aan Sardinië voorbij en bleef het
een op zichzelf staande wereld. Zelfs de Romeinen vonden het moeilijk dit
eiland te onderwerpen.
De eeuwen van invallen vanaf het water hebben een nog steeds zichtbare
erfenis achtergelaten. De wegen lopen door de valleien het binnenland in, in
plaats van een panoramische route langs de kust te volgen. Er zijn havens,
maar de visserij is geen steunpilaar van de economie en Sardinië is zelfs in
tijden van vrede nooit echt een zeevarend natie geworden. Door de eeuwen heen
zijn Feniciërs, Romeinen en Genuezen op de Sardijnse kust geland. Zij streden
om de macht met de Pisanen, Arabieren, Spanjaarden en uiteindelijk het huis
van Savoye. De verschillende culturen hebben allemaal bijgedragen aan de
kunst, architektuur en het culturele leven op Sardinië en hiervan zijn sporen
terug te vinden: prehistorische nederzettingen en forten van de vroegste
bewoners van het eiland, in rotsen uitgehakte grafkamers en Romeinse kerken
die lijken op die van Pisa of Lucca.
In 1848 werd dit ongetemde eiland onderdeel van de jonge natie Italië. De
20ste eeuw bracht dromen van industrialisatie en welvaart, evenals het begin
van een toeristenindustrie.
Het Sardinië waar de toeristen voor komen, is een land van witte stranden en
diepblauwe zee, maar het eiland heeft veel meer te bieden. De kust is
inderdaad prachtig, de kuststreek rond Bosa, onveranderd sinds de jaren
vijftig, heeft zelfs medailles gewonnen voor de schoonste strand van Italië.
Maar ook het binnenland is verbluffend mooi en verdient nadere verkenning.
Het landschap biedt totaal verschillende omgevingen en leefruimten voor
planten, dieren en vogels.
Massatoerisme verboden
Sardinië is het op een na grootste eiland in de Middellandse Zee, maar nog
niet echt ontdekt. Wonderlijk, dat een eiland met zoveel zon, zoveel
natuurschoon, maar vooral met een unieke cultuur zolang uit het vizier van de
toerist is gebleven. Het is verschillend van het Franse eiland Corsica, waar
Sardinië vlakbij ligt. De belangstelling voor het toerisme op Sardinië was
aanvankelijk beperkt en voorzieningen kwamen langzaam van de grond. Door de
geleidelijke ontwikkeling van het toerisme werd het eiland echter beroemd.
Sardinië stelde zich open voor de buitenwereld en werd zich bewust van zijn
geschiedenis, kunst, cultuur en kunstnijverheid. De gevarieerde natuur van
het eiland werd natuurlijk aangetast door de groeiende aantallen bezoekers en
inmiddels zijn er natuurreservaten opgezet ter bescherming van hun fauna en
flora. Want het land van de Sarden heeft een nog ander historische troef die
geen enkel andere eiland biedt: de Nuraghi, megalitische constructies waarvan
de meeste 3.000 jaar oud zijn: even overjaars dus als het Egypte van de
Farao's. Nuraghi zijn burchten-nederzettingen van de toenmaligen heerzers van
sardinië die bestormingen vanuit Carthago en Rome weerstonden. Haast
mythische bouwwerken, die ingenieus werden opgetrokken in lavasteen. Waar je
je ook op Sardinië bevindt je zal er wel eentje in buurt vinden, van deze
nuraghi zouden er een 7.000-tal van gebouwd zijn op Sardinië. De meest
indrukwekkende, Su Nuraxi, ligt in BARUMINI, ten noorden van Cagliari. Onder
een staalblauwe hemel, in een onwezenlijk landschap avn uitgestorven
vulkanen, rijst de Su Nuraxi op. het oudste deel gaat terug tot 1470 voor
Christus. Een nuraghe 'buiten kategorie', omdat behalve de ingenieus
opgebouwde burcht ook de nederzetting, zeg maar het dorp, eromheen voor een
stuk bewaard is gebleven.
Giari de Gesturi
De enorme, wilde Gennargentu-bergen zijn nu een nationaal park. De afgelopen
jaren is de zeldzame monniksrob weer op de westkust gesignaleerd: een
indicatie dat toerisme en ecologie toch zij aan zij kunnen overleven.
Sardinië bezit één van de meest onbedorven landschappen van Europa. Het is
alleen mogelijk dit volledig op waarde te schatten, evenals Sardinië's andere
bijzonderheden, tijdens een bezoek aan het eiland.
Delen
van deze tekst werden overgenomen uit het boek "De geschiedenis van Sardinie"
ISBN nummer 90-9008542-4
Bedankt Maria voor de hulp bij het schrijven van deze tekst.
Sardinië (Italiaans: Sardegna,
Sardisch: Sardinna) is een Italiaans eiland in de Middellandse Zee. Het ligt pal ten zuiden
van het eiland Corsica, ten westen van de Laars van Italië,
en ten noorden van Tunesië. Met 24.090 km²
is het na Sicilië het grootste eiland van de
Middellandse Zee. Het heeft ongeveer 1,65 miljoen inwoners. De hoofdstad van
Sardinië is Cagliari, dat
in het zuiden van het eiland ligt. Andere belangrijke plaatsen op het eiland
zijn Sassari, Nuoro, Olbia en Oristano. De
belangrijkste havens zijn Porto Torres, Olbia, Golfo Aranci, Arbatax, Porto Foxi en Cagliari. Sardinië is tevens
een autonome regio binnen Italië.
Het eiland heeft een subtropisch, mediterraan klimaat. De
zomers kunnen zeer warm worden, en de winters zijn doorgaans mild, maar
waarbij sneeuw in de bergen geen uitzondering is. De kustregionen blijven
doorgaans van sneeuw gevrijwaard. Daarnaast staat het eiland altijd onder
invloed van de wind: de mistral (maestrale zoals Italianen zeggen), scirocco,
libeccio, levante. Talen
Naast Italiaans
spreekt een groot deel van de bevolking van het eiland Sardisch (ookwel Sardijns genoemd). Het is
een van de meest archaïsche Romaanse talen, afkomstig uit het Latijn. De taal bevat echter ook elementen
uit andere talen, waaronder Fenicisch, Etruskisch, en invloeden uit het midden
oosten en zuid-west azie. De officiele taal is tegenwoordig Italiaans,
maar Sardisch wordt nogsteeds gesproken en traditioneel gebruikt in zang en
muziek. Ook op literair gebied wordt de taal steeds vaker gebruikt, hoewel er
geen officiele spelling is afgesproken. De regionale Sardijnse overheid heeft
recentelijk het Sardisch goedgekeurt voor gebruik in officiele documenten.
In de streek
Gallura in het noorden spreekt men echter geen Sardisch, maar Gallurees, een Corsicaans dialect, en in de stad Alghero aan de noordwestkust Algherees, dat
een vorm van het Catalaans is.
Andere belangrijke dialecten van het Sardijns zijn: Nuorees, Logudorees,
Campidanees en Sassarees.
Korte geschiedenis
Steentijdperk en
obsidiaan
Reeds in het
steentijdperk speelde de Monte Arci een belangrijke rol. De uitgedoofde
vulkaan was een van de centrale vindplaatsen van obsidiaan dat gebruikt werd voor speerpunten
en snijwerktuigen. Ook nu nog kan het vulkanische glas gevonden worden op de
berghellingen.
De tijd van de
Nuraghe
De prehistorische
tijd in Sardinië wordt gekenmerkt door de typische bouwwerken in natuursteen
die Nuraghi genoemd worden. Er zijn ongeveer 7000 van deze constructies in
meer of minder complexe structuren. Het meest bekende complex is wel dat van
Barumini in de provincie van Cagliari.
De Nuraghi werden gebouwd in de periode van ca. 1800 tot 250 voor Chr. Het
hoogtepunt van de cultuur lag tussen 1200 en 900 voor Chr. Daarnaast zijn er
heilige plaatsen (met name waterputten) en graven (Dolmen). Men weet dat de
bevolking al contact had met de Miceniërs, een volk dat in Griekenland leefde
voordat daar de Doriërs en Ioniërs zich
vestigden en voor 1200 in
het gebied van de Middellandse Zee handel dreef. Er is zelfs verondersteld
dat de architectuur van de Miceniers afgeleid was, maar dat is niet direct
bewezen.
Phoeniciërs, Puniërs en Romeinen
Aan het begin van
de achtste eeuw voor Christus stichtten de Phoeniciërs een aantal steden op Sardinië;
Tharros, Bithia, Sulcis, Nora en Karalis (Cagliari). De Phoeniciërs kwamen
oorspronkelijk uit het gebied dat tegenwoordig Libanon heet en dreven handel
in het Middellandse zeegebied. Ze richtten in het hele gebied steunpunten op.
Sardinië nam een speciale plaats in wegens de ligging ten opzichte van Carthago, Spanje, de Rhone delta en het
gebied van de Etrusken. Verder was al in die tijd de
mijnstreek rond Iglesias belangrijk voor de winning van metalen, zink en
lood. De steden lagen op strategische punten, vaak schiereilanden of eilanden
voor de kust, die makkelijk verdedigbaar waren en natuurlijke havens vormden.
Na de Phoeniciërs namen de Puniërs (uit Carthago) in dat deel van de
Middellandse zee de macht over. Dit was rond 550 voor Christus. De Puniërs
(een verbastering door de Romeinen van het woord voor Phoeniciërs uit het
Grieks, Phoinike) breidden hun invloed uit tot bijna geheel Sardinië. Daarna
namen de Romeinen Sardinië over in 238. De Romeinen hadden daarvoor wel een
oorlog uitgevochten met Carthago, de Eerste Punische oorlog. Een jaar na het
einde van de oorlog brak er een opstand uit onder de Karthaagse huurlingen.
Ze zorgden ervoor dat de Romeinen op vreedzame wijze het eiland konden
bezetten. Toen ze Sardinië in handen kregen, kregen ze een redelijk
ontwikkelde stedelijke cultuur en infrastructuur in handen. Voor de Romeinen
was Sardinië samen met Sicilië de graanschuur voor de stad Rome totdat ze Egypte
veroverden. De Phoenicisch-Punische cultuur bleef vrij sterk op Sardinië ook
onder het Romeinse bestuur. Tharros, Nora, Bithia, Antas en Monte Sirai zijn
nu archeologische plaatsen waar de architectuur en stadsplanning te zien is
terwijl Karalis is uitgegroeid tot de huidige hoofdstad van Sardinië,
Cagliari.
De Middeleeuwen
Na de val van het
Romeinse rijk werd Sardinië onderworpen aan verschillende overheersingen.
Vanaf 456 na Christus bezetten de Vandalen het eiland vanuit Noord-Afrika,
waarna de Byzantijnen het
"bevrijdden". Vanaf 711 vielen de Arabieren regelmatig het eiland aan.
Om die reden werd in de negende eeuw na Christus Tharros verlaten, na meer
dan 1800 jaar bewoning, en het huidige Oristano
gebouwd. In de strijd tegen de Arabieren werd de hulp ingeroepen van de
Maritieme republieken Pisa en Genua. Vanaf 1063 vormde er zich een politiek
bestel uniek voor de geschiedenis van Sardinië, waarin het territorium
verdeeld werd in Giudicati (afgeleid van rechters). Meest markante figuur uit
de late Middeleeuwen was Eleonora d'Arborea, de vrouw die de grondslag legde
voor een wetsbestel dat tot 1827 geldig bleef, de Carta de Logu. In dezelfde
periode nam de invloed van de Spaanse Aragonezen toe totdat de Spanjaarden
Sardinie inlijfden. Uit deze tijd stammen de zogenaamde Aragonese torens die
langs de kust werden gebouwd ter bescherming van het eiland tegen de
Arabieren. Op de plaatsen van de oude Phoenicische steden, die op
strategische punten liggen, kan men deze torens nog terugvinden, vaak gebouwd
met de stenen van de oude bouwwerken. Een mooi voorbeeld van dit hergebruik
is nog terug te vinden in de kerk van Santa Giusta bij Oristano waar men de
Phoenicische stad Othoca heeft teruggevonden.
De cultuur van de
Spanjaarden was zo sterk dat nu nog rond Alghero een Catalaans dialect wordt
gesproken.
Van het Koninkrijk Sardinië naar nu


Van 1718 tot 1861
(de eenheid van Italië) vormde Sardinië met Piemonte het Koninkrijk van
Sardinië. De ontwikkeling van de infrastructuur verliep langzaam. Onder Carlo
Felice werd de belangrijkste verkeersader van noord naar zuid aangelegd, de
Strada Statale die nu nog zijn naam draagt. In 1883 reden de eerste treinen
tussen Cagliari en Sassari, de belangrijkste steden van Sardinië. Onder Mussolini werden de moerassen bij Oristano
drooggelegd en werd de grondslag gelegd voor de meest succesvolle landbouw
gemeenschap op Sardinië, Arborea. Ook stichtte Mussolini Carbonia, zo genoemd vanwege de rijke
steenkoolmijnen in dit gebied. In de tijd na de Tweede Wereldoorlog nam het
belang van de steenkool af en die van de toeristische sector toe. Vele
pogingen om werkgelegenheid te creëren zijn mislukt doordat de
transportkosten hoog lagen en niet de goedkope arbeidskrachten konden
compenseren.
Tegenwoordig is
Sardinie een autonome regio en de historische ontwikkelingen zijn nog
merkbaar in de taal en cultuur. Ook is vrij goed het verschil tussen de
kustgebieden en de binnenlanden merkbaar. De kustgebieden stonden altijd meer
open voor invloeden van buitenaf. Met name het noordelijke deel van Sardinie
is nu toeristisch erg ontwikkeld (La Maddalena, Costa Smeralda)
en rond Cagliari, omdat deze gebieden het makkelijkst te bereiken zijn vanaf
het vasteland.
Benamingen voor
Sardinië
In het Sardisch
heet Sardinië Sardigna, Sardinna of Sardinnia. De Feniciërs noemden het eiland
"Sharden" (van SRDN in het Fenicisch) en de Grieken noemden het
"Ichnoussa" of ook wel "Sandalion" vanwege de vorm ervan,
die aan een voetafdruk doet denken.
Afbeeldingen

|